Van ’t Hek werkt aan de Amsterdamse grachten

september 27, 2020

Vanaf een kade in de Coenhaven in Westpoort worden funderingsmachines, stalen damwanden, balken en buizen Amsterdam in- en uitgevaren. “Ruime hoeveelheden staal liggen hier opgeslagen,” vertelt Co Van ’t Hek, tweede generatie management van het familiebedrijf in funderingswerken uit Zuidoostbeemster, dat deze kade in gebruik heeft.

“Deze plek aan de Papierweg vormt voor ons een belangrijke strategische uitvalsbasis. Onze damwanden zijn onder andere bestemd voor de versteviging en vervanging van de 200 kilometers kwetsbare gemetselde bruggen en kademuren in de historische binnenstad. Het is zoveel efficiënter om bij waterwerk in de binnenstad de materialen over het water aan te voeren. Ook de Markermeerdijken verstevigen wij van hieruit.”

Van t Hek vaart al vanaf de jaren ’80 met zijn eigen vloot van pontons en sleepbootjes de stad in voor werk aan kades en bruggen. En er is blijvend perspectief op nieuw werk. Want alleen al het verstevigen van de verzwakte kades en bruggen gaat tientallen jaren duren. De kades vormen voor de Gemeente een waar hoofdpijndossier, sinds het College er achter kwam dat met het urgente achterstallige onderhoud een kostenpost van miljarden gemoeid is.

Inventief imago

Insiders weten dat de inbreng van Van ’t Hek met haar buitengewone kennis en jarenlange ervaring in deze hersteloperatie van grote waarde is. Het bedrijf, dat altijd mogelijkheden ziet om de techniek stappen verder te brengen, heeft alleen al op het eigen interne ingenieursbureau twintig personen werken op een totaal van 350 vaste medewerkers. Veel technische innovatie wordt in de indrukwekkende werkplaats in Zuidoostbeemster in eigen beheer uitgevoerd.

Co Van ’t Hek is trots op het inventieve imago van zijn familiebedrijf. “Vooruitlopen op trends wordt bij ons als een voorwaarde voor succes gekoesterd. “Op tijd hebben wij ingezien dat geluidsarme en trillingvrije techniek belangrijke kwaliteiten zouden worden in de toekomst van het funderen.” Waar in landen als Japan dat al heel lang de normale praktijk is, behoorde Van ‘t Hek ca. 30 jaar geleden tot de eerste Nederlandse bedrijven om geluids- en trillingvrije werkuitvoering als optie in de offerte te verwerken, hoewel intrillen de goedkopere techniek is. “In de hiervoor vereiste drukmachines is door ons flink geïnvesteerd,” aldus Co Van ’t Hek.

Heiliedjes

Door vader Theo Van ‘t Hek werd 75 jaar geleden de basis voor het huidige moderne bedrijf gelegd. Sinds hij in 1945 op het onderstel van een oude vrachtwagen een heistelling met treklier bouwde, heeft het bedrijf zich stormachtig ontwikkeld. “In de 400 jaar daarvoor werd geheid met menskracht,” vertelt Co van ’t Hek. “Gevaarlijk en zwaar werk, waarbij zogenaamde heiliedjes werden gezongen voor het juiste ritme” In een ooit in heierskringen uitgegeven boekje staan deze opgetekend. Nu het dagelijkse management aan de derde generatie is overgedragen, steekt Co veel tijd in de geschiedenis van het vak en het bedrijf. Als hij wil aanwijzen waar het bedrijf overal actief is, kan op het hypermoderne en gedigitaliseerde hoofdkantoor niet direct een papieren kaart worden gevonden. Dus komen de oude landkaarten en luchtfotoboeken op tafel, die Van ’t Hek verzamelt en waarvan sommige ongetwijfeld antiquaire waarde zullen hebben.

Op zo een oude kaart wordt een drietal plekken in Amsterdam aangewezen waar het bedrijf eerder haar kadefaciliteit had. Vooral valt met deze oude plattegrond op hoe in 40 à 50 jaar de stad ingrijpend van structuur veranderd is. Het stuk loswal in de Coenhaven heeft Van ‘t Hek pas sinds 8 jaar als uitvalsbasis ter beschikking. In de jaren daarvoor moest het bedrijf het steeds met verschillende noodwerven elders doen. Niet zelden als tijdelijke beheerder voor plekken die bestemd waren voor latere herontwikkeling. “Tot aan de Papierweg zaten wij in wezen steeds op de schopstoel,” zegt Co. “Nu zal zich met de Haven-Stad ontwikkeling opnieuw een moment van vertrek aandienen, zij het niet op de korte termijn.”

Waakzaamheid

Van ‘t Hek heeft als directe buren bedrijven als Cargill Multiseed, Bunge Sojabonenverwerkers en ICL Fertilizers. Met deze industriële bedrijven heeft de gemeente afgesproken dat die tot 2040 niet geraakt worden door woningbouw in hun directe omgeving. Maar Van t Hek weet als geen ander dat ondernemen vooral ook anticiperen is. Mochten de buren vóór 2040 besluiten om in beweging te komen en ruimte te maken voor de urgente stedelijke herontwikkeling, zal ook zijn bedrijf eerder moeten meegaan met de gevolgen hiervan. Als bestuurslid van de Ondernemersvereniging Westpoort weegt Van ‘t Hek namens het ondernemerscollectief de belangen van werken en wonen tegen elkaar af op het macroniveau. Maar ook als ondernemer heeft hij er direct mee te maken. “Kennis van de markt, innovatie en waakzaamheid zijn altijd onze sterke punten geweest” zegt Van ’t Hek. ”Die kwaliteiten zullen ons nu zeker niet in de steek laten.”